Opvragen telecomgegevens leidt vaak tot match

18 mei 2017

Het opvragen van telecomgegevens bij operators en ISP’s blijkt in de meerderheid voor een onderzoek door opsporingsdiensten levert vaak een match op. Dit blijkt uit het recente jaarverslag van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (MinVenJ) en in het bijzonder het Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie (CIOT).

 

Volgens het jaarverslag van onder meer het CIOT zijn er in 2016 in totaal 1.687.938 verzoeken gedaan voor inzage in telecomgegevens. In 87 procent hiervan, of in 1.469.612 keer, werd een match gelegd tussen de opgevraagde gegevens. De Nationale Politie Eenheid Oost Nederland de meeste aanvragen heeft gedaan, gevolgd door die in Den Haag en Rotterdam.

Wettelijk verplicht
Telecommunicatiebedrijven moeten de persoonsgegevens van hun eindgebruikers wettelijk verplicht beschikbaar stellen aan het CIOT. Het CIOT sluit deze bedrijven aan op het CIOT-informatiesysteem. Daarna moet de providers elke 24 uur een actueel bestand met klantgegevens aanleveren. Zij krijgen hiervoor een vergoeding van de overheid. De opsporingsdiensten mogen het informatiesysteem niet zomaar raadplegen. Opsporingsdiensten mogen alleen informatie opvragen als dit echt nodig is voor hun onderzoek, zoals voor inlichtingen te verzamelen bij het vermoeden van terroristische activiteiten, onderzoek te doen naar misdrijven, voor hulpverlening in noodsituaties en ten slotte om de nationale veiligheid te beschermen.

Advertenties