EZ: Kostenverlaging breedbandaanleg vertraagd door ongebruikte infrastructuur

22 november 2016

Het omlaaglasvezel-aanlegg brengen van de kosten van de breedbandaanleg in Nederland loopt achter door onduidelijkheid over wat er moet gebeuren met ongebruikte telecominfrastructuur die nog in de grond zit. Dit stelt verantwoordelijk minister Kamp van Economische Zaken in een Kamerbrief aan de Tweede Kamer.

 

Volgens de Kamerbrief  van de minister is Nederland goed op weg met de uitvoer van de Europese doelen voor de aanleg van breedband. Hierbij moet tegen 202050 procent van de huishoudens een internetverbinding hebben van minimaal 100 Mbps en moet 100 procent van de huishoudens toegang hebben tot breedbandinterne van minimaal 30 Mbps. Nederland ligt flink voor op dit schema. Zo is 97 procent van de burgers en 91 procent van de bedrijven op breedband aangesloten.
Om aan deze Europese doelen te volden,is in Nederland de richtlijn kostenreductie breedband actief. Deze heeft tot doel de kosten van de aanleg van breedbandnetwerken zo efficiënt mogelijk te laten verlopen. Dit wordt onder meer bereikt door telecomaanbieders infrastructuur te laten gebruiken van andere netwerken, zoals buizen, masten, kabelgoten, straatkasten, antenne-opstelpunten van bijna alle nutsbedrijven die infrastructuur aanbieden. Dit zijn onder meer telecom-, elektriciteit, gas-, verwarmingsbedrijven, afval- en rioolbeheerders en de beheerders vans spoorwegen, wegen, havens en luchthavens. Deze netwerkbeheerders moeten informatie geven aan de telecomaanbieders in de locatie aan aard van de netwerken, zodat beslist kan worden of medegebruik zinvol is.

image-5958545

Ongebruikte infrastructuur knelpunt
De minister erkent nu dat de uitvoer van de richtlijn, met deadline van 1 januari 2016, is vertraagd. De oorzaak van de implementatie is volgens EZ vooral het vraagstuk rondom ongebruikte telecominfrastructuur. De huidige wet verplicht aanbieders om kabels en andere voorzieningen als mantelbuizen die 10 jaar ongebruikt blijven op verzoek van de grondeigenaar, die had moeten gedogen dat de infrastructuur op zijn terrein werd aangelegd, moeten worden opgeruimd. Als een gemeente eigenaar van de grond is, dan kan deze de aanbieder ook precariobelasting opleggen. Het gaat hierbij om infrastructuur die voor een deel potentieel geschikt is en door telecomaanbieders kan worden gebruikt voor de aanleg van breedband. Kortom: er zitten veel kabels in de grond die best kunnen worden gebruikt, maar dat gebeurt nog niet. Met als gevolg dat volgens de wet deze infrastructuur door de aanbieders moet worden geruimd of dat zij er belasting voor moeten betalen, wat weer tot ruiming kan leiden.

header-slide-2

Actie minister
De minister geeft in de Kamerbrief aan dat hij duidelijk wil regelen wat er met ongebruikte telecominfrastructuur die nog in de ondergrond zit, moet gebeuren. Hiervoor is het volgens hem noodzakelijk dat goed in kaart wordt gebracht welke telecominfrastructuur langer dan 10 jaar wordt gebruikt en nog geschikt en noodzakelijk is bij de uitrol van breedband. In samenwerking met alle belanghebbenden, telecomaanbieders en grondeigenaren als gemeenten of Rijkswaterstaat, wordt dit nu door een onafhankelijk bureau onderzocht. De uitkomsten hiervan zijn medio december bekend. Kamp zal daarna samen met de minister van Infrastructuur en Milieu kijken hoe verder zal worden omgegaan met de gedoog- en opruimplicht voor ongebruikte telecominfrastrcutuur. Een wetsvoorstel hiervoor komt in begin 2017.

Advertenties